nl
Maiskuilvoer is wereldwijd een geliefd voedermiddel.

Hoogwaardig mailkuilvoer ondanks toenemende droogte

Is mais bij droogte beter dan andere gewassen?

De beide "droogtejaren" 2018 en 2019 werden gekenmerkt door hoge temperaturen, lange periodes van droogte en uitblijvende neerslag in de winter.

De plantenteelt en de basisvoerproductie moeten zich aan deze veranderde klimaatomstandigheden aanpassen.

Hoe lukt desondanks de productie van hoogwaardig, voedingsstofrijk maiskuilvoer voornamelijk van silomais als basisvoer voor rundvee?

Onderstaand hebben wij voor u wetenswaardigheden verzameld over de waterbehoefte, mogelijke aanpassingen in de teelt van silomais alsmede informatie over soortenkeuze resp. soortenteelt.

Beslissend voor een hoge kuilvoeropbrengst met zeer goede (voer-)kwaliteit zijn de volgende punten:

  • Soortenkeuze

  • Zaaitijdstip

  • Bemesting

  • Onkruidbestrijding

  • Bodemtype

  • Bodembewerking

  • Diepte van de doorworteling

  • Voldoende neerslag tijdens de betreffende vegetatieperiode van het cultuurgewas

In de meeste Europese landen is de gemiddelde hoeveelheid neerslag per jaar niet enorm veranderd. Daardoor kun je veronderstellen dat de watervoorziening voor de planten voldoende is. Een belangrijke, veranderende factor is echter de verdeling van de neerslag over het jaar.

Wanneer hebben maisplanten water nodig?

De waterbehoefte van mais onderscheidt zich door een korte vegetatietijd van anderen gewassen, zoals graan en koolzaad. Deze gewassen hebben het meeste water nodig in het voorjaar voor de bloei en ontwikkeling van de korrel. De mais daarentegen heeft in de jeugdontwikkeling een geringe waterbehoefte. Pas tijdens de groei van de hoofdmassa in juli en augustus, van het begin van de ontwikkeling van het vlagblad tot aan het melkrijpe stadium (BBCH 55-71), reageert mais gevoelig op ontbrekende neerslag.

Mais en water - enkele bijzonderheden:

Mais behoort tot de 2 – 3 % C4-planten die door een ander enzymsysteem in de fotosynthesestofwisseling kooldioxide (CO2) gemakkelijker kunnen binden. De planten hebben een hogere watergebruiksefficiëntie, zoals bv. tarwe als C3-plant. De hogere CO2-aantrekkingskracht van de C4-planten maakt zodoende een hoger fotosynthesevermogen mogelijk. Ook bij slechtere omstandigheden staat meer energie voor een goede groei ter beschikking.

Het gunstige watergebruik blijkt eveneens uit de specifieke waterbehoefte voor de vorming van droge stof, ook transpiratiecoëfficiënt genoemd.

Voor de vorming van een kilo droge stof verbruikt mais gedurende de groeitijd van ongeveer 140 dagen ongeveer 170 – 300 liter water. Tarwe daarentegen verbruikt bij ongeveer dubbel zo lange groeitijd 350 – 510 liter per kilogram droge stof.

 

Mais heeft tijdens de groei van de hoofdmassa de grootste behoefte aan water.

Tips voor de teelt van silomais bij toenemende droogte

Onderstaand vindt u plantenteeltaanwijzingen over zaaddikte, bemesting en soortenkeuze. De meeste informatie is gebaseerd op proefaanplant van de landbouwkamer van Nordrijn-Westfalen, Duitsland.

 

Minder planten / m²

Een lagere bezettingsdichtheid leidt tot minder concurrentie om voedingsstoffen, licht en steeds lagere watervoorraden in de bodem. Aanbevolen worden afhankelijk van het soortentype slechts nog 6 – 9 planten / m², daardoor worden betere kolf- en korrelontwikkelingen alsmede hogere zetmeelgehaltes mogelijk gemaakt.

 

Bodemkwaliteit verhogen

Om ervoor te zorgen dat de planten het in de bodem opgeslagen water ook ter beschikking hebben, moet doorwortelbare ruimte ter beschikking voor de planten ter beschikking staan. Bodemverdichtingen en stuwvocht voorkomen een goede doorworteling van de bodem.

Als het waterverbruik tijdens de vegetatieperiode niet door voldoende neerslag wordt gedekt, bepaalt de bruikbare veldcapaciteit (bVC), dus het voor de planten beschikbare in de bodem opgeslagen water, de opbrengst. Deze bruikbare veldcapaciteit hangt nauw samen met het soort grond. Men kan de bruikbare veldcapaciteit enkel verhogen door verbetering van de bodemstructuur, vooral echter door humusopbouw.

 

Aangepaste bemesting

Water is voor de mobilisatie en het transport van voedingsstoffen essentieel. Kalium bijvoorbeeld ondersteunt een betere waterbeschikbaarheid. Heerst er reeds droogtestress, dan kan voldoende voorziening met koper het benutten van stikstof, fosfor en calcium positief beïnvloeden. In het geheel heeft een goed verzorgde plant minder water voor het transport van de hoogwaardige voedingsoplossing nodig. De hogere massagroei door goede voorziening met voedingsstoffen vermindert dit voordeel in het waterverbruik echter weer een beetje.

 

Risicospreiding via soortenkeuze

Bij voldoende watervoorziening kan de kolf tot de helft van de opbrengst droge stof uitmaken en later als maiskuilvoer voor hoge basisvoerprestaties zorgen.

Ontbreekt voor de bloei echter water, dan raakt de vrouwelijke bloei van de maisplant vertraagd. In extreme gevallen kunnen dan de (mannelijke) pollen van het vlagblad reeds zijn uitgeschud voordat de betreffende (vrouwelijke) nerfdraden verschijnen. Het gevolg zouden maisplanten zonder kolfontwikkeling zijn door ontbrekende bevruchting.

Het volgende is daarom aan te bevelen:

  • Risico voor extreme droogtestress verminderen: Kies soorten van verschillende rijpheidsklasses met verschillende bloeitijden.

  • Goede bevruchting ook bij ongunstige omstandigheden beogen: Kies soorten met geringe verschillenden tussen de vrouwelijke en mannelijke bloei.

De kolf kan tot de helft van de opbrengst droge stof uitmaken en voor een goede voerkwaliteit van het maiskuilvoer zorgen.
Droogtestress kan een aantasting door maisbuilenbrand veroorzaken en de voerkwaliteit sterk negatief beïnvloeden.

Niet bevruchte (vrouwelijke) nerfdraden vormen toegangspoorten voor brandsporen. Als gevolg van droogtestress kan een aantasting door maisbuilenbrand optreden en de voerkwaliteit sterk negatief beïnvloeden.

Ontbreekt in het verdere verloop van de ontwikkeling van de plant water, dan worden alleen korte of niet volledig gevulde kolven gevormd. Een late droogte midden/einde juli is daarentegen vooral van invloed op de zetmeelconcentratie in de kolf.

Voor het voeren adviseren wij kleine, compacte soorten, omdat hier bij weliswaar lagere opbrengst nog goede kwaliteiten kunnen worden bereikt. Groot groeiende soorten worden vooral ingekuild voor biogasproductie.

Inkuilmiddelen

Bij te hoge gehaltes aan droge stof is het gebruik van een inkuilmiddel aan te raden om het inkuilproces te stabiliseren. Een doseereenheid voor dergelijke additieven is verkrijgbaar voor de persen G-1 F125 Kombi en LT-Master.

Teeltdoel: Droogtetolerante mais

Een efficiënte omgang met water zal voor de landbouw wereldwijd een centrale uitdaging voor de toekomst zijn. Verschillende initiatieven houden zich daarom reeds met de teelt van extra water-efficiënte maissoorten bezig. Voornamelijk in Afrika zijn tot nu toe goede resultaten behaald.

Naast conventionele teeltmethoden, zoals selectie of smart breeding wordt ook gentechniek toegepast. Er wordt geprobeerd om eigenschappen van bacteriën, die belangrijke celfuncties onder extreme omstandigheden overeind kunnen houden, in maisplanten te verankeren. De zo ontstane soorten worden sinds 2015 aan kleine boeren vooral ten zuiden van de Sahara vaak vergunningsvrij ter beschikking gesteld.

Ook als wij bij de teelt zelf niet behulpzaam kunnen zijn, ondersteunen wij u graag bij de conservering van uw hoogwaardige maiskuilvoer: Hier gaat u naar het productoverzicht van onze rondebalenpers, pers-wikkelcombinatie, wikkelapparaten en balentransporttechniek.

Kom meer te weten over dit onderwerp:

CONTACTPERSOON ZOEKEN

FacebookYoutubeInstagram Nu contact opnemen